De vakanties zijn (bijna) begonnen en dat betekent ook voor (ex-)werknemers met een WGA-uitkering dat zij mogelijk met vakantie gaan. Op grond van artikel 4 lid 2 van de Regeling vrijstelling verplichtingen sociale zekerheidswetten heeft een WGA-gerechtigde (die zijn resterende verdiencapaciteit niet volledig benut) recht op 20 vakantiedagen per jaar en is de WGA-gerechtigde gedurende die tijd vrijgesteld van de re-integratieverplichtingen op grond van artikel 30 lid 1 Wet WIA.
Daarbij is het natuurlijk wel van belang dat de WGA-gerechtigde het UWV of de WGA-ERD informeert over zijn vakantieplannen. Immers, gedurende een vakantie is een WGA-gerechtigde niet in staat om aan de re-integratieverplichtingen te voldoen. Geeft de WGA-gerechtigde de vakantie niet door aan het UWV of de eigenrisicodrager, dan kan het UWV of de eigenrisicodrager een maatregel opleggen (zie Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten).
Kortom: op pad met de WIA mag, mits tijdig aan de ERD of het UWV doorgegeven!
N.B. In andere situaties kan een WGA-gerechtigde overigens ook vrijgesteld worden van de re-integratieverplichtingen op grond van de WIA, bijvoorbeeld als een noodzakelijke scholing wordt gevolgd. Ook als sprake is van zodanige persoonlijke omstandigheden kan vrijstelling aan de orde zijn. In deze uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2016:434) was dat overigens niet succesvol: de Raad oordeelde dat de betrokkene in die zaak niet met medische gegevens had onderbouwd dat de sollicitatieverplichting van negatieve invloed was op zijn gezondheids- en gemoedstoestand. Geen vrijstelling dus.
